plaatje

  :: nieuws


Kind dient steeds vaker als ticket naar verblijfsvergunning

30-08-2010 :: Wie een huwelijkspartner naar een Europees land wil halen, krijgt te maken met steeds strengere wetgeving. We hebben al een tijdje de indruk dat de nieuwe immigratieregels een vervelende consequentie hebben. Zo is een schijnhuwelijk geen schijnhuwelijk als er een kind is. Dat juridische feit kan in combinatie met het huidige familierecht hele nare gevolgen krijgen.

We hebben al een tijdje een aparte rubriek voor de ervaringen van vrouwen wier ex-partner een verblijfsvergunning aan hen en hun kinderen heeft overgehouden. De laatste tijd krijgen we vaker vragen over deze problematiek; vragen die niet de website halen, maar bij ons wel reden tot grote bezorgdheid zijn.

Wie als verre of minder verre buitenlander trouwt met een Europeaan, kan te maken krijgen met de verdenking een schijnhuwelijk aan te gaan. De pers meldt regelmatig pogingen daartoe als er eentje wordt verijdeld; recentelijk nog uit Engeland waar een Nederlandse bruid bij betrokken was. Ook in veel andere West-Europese landen vindt er tegenwoordig een toets plaats wanneer men het zaakje niet vertrouwt. De instanties proberen in die procedure de emoties van de aanstaande echtelieden te onderbouwen met documenten en andere bewijzen uit de jaren voor het huwelijk.

Indien die onderbouwing volgens de onderzoekers faalt, dan komt er geen huwelijk. Er is echter één belangrijke mits: als er een kind uit de relatie is, kan er in geen geval sprake zijn van een schijnhuwelijk. Een eventuele latere scheiding heeft dan ook geen invloed meer op de verblijfstatus, aangezien er volgens het Europese familierecht in deze situatie 'gewoon' van family-life kan worden gesproken. Pa kan in dat geval dankzij zijn ouderschap blijven.

Het familierecht kan dus op deze wijze gebruikt worden om immigratieregels te omzeilen. Het behoeft geen betoog dat de moeders en resulterende kinderen met deze constructie minder zijn geholpen dan de papa in kwestie.

Overigens zit er nog een ander onfris luchtje aan het begrip family-life in de migratie context. Zoals mevrouw Halsema tijdens het debat op 21 maart 2007 in de Tweede Kamer over de nieuwe familiewetgeving al even in een bijzin aanhaalde, zit er een tamelijke grote inconsequentie in de toepassing van het begrip. Zo is de houdbaarheid van gezinsbanden als ouderschap bij gezinshereniging wettelijk beperkt. Wie als asielzoeker of gastarbeider in Nederland jaren lang geen aantoonbaar contact heeft gehad met zijn kinderen, kan geen aanspraak maken op gezinshereniging via family-life. Voor de omgang met kinderen die in het buitenland verblijven, gelden dus andere regels dan voor omgang met kinderen hier. Met deze exclusieve regel zijn we overigens wel weer even gidsland in Europa, want er is verder nergens iemand die twijfelt aan het feit dat ouderschap voor altijd is.

Hier geldt op dit moment: eenmaal zaadje geplant, altijd pappa. Maar ook deze definitie heeft tot enkele angstaanjagende consequenties geleid. Denk bijvoorbeeld aan de Bewust Ongehuwde Moeders die meenden met een contract te zijn ingedekt tegen ouderlijk gezag of omgangsregeling claimende zaaddonoren die jaren na dato nieuwsgierig worden. Het eind van het liedje was dat deze moeders dankzij de Europees erkende definitie van family-life hun kind om de week een weekend naar een wildvreemde moesten sturen van de rechter.
In deze gevallen gebiet de redelijkheid te zeggen dat uit het oog ook uit het family-life zou moeten wezen; en we hebben daarvoor - gezien de bijzin van mevrouw Halsema - ook een precedent in onze wetgeving.

Momenteel is er binnen het familierecht geen juridische twijfel mogelijk bij ouderschap: het is een onvervreembaar recht. De uitwassen daarvan tekenen wij dagelijks op onze site op. Ouderschap is in onze ervaring, en ongeacht wat de wetgever ervan denkt, niet per definitie ouderschap waar kinderen gelukkig van worden. Het misbruiken van het concept family-life voor een verblijfstatus is daar helaas maar één aspect van.

De meer gewetenloze gelukzoeker kan een kind van een Nederlandse moeder gebruiken als ticket naar het rijke westen. In de praktijk gebeurt dat zeker - en naar onze indruk steeds vaker. De moeders die met deze gang van zaken worden geconfronteerd zullen dat niet snel aan de grote klok hangen. Zij komen er na hun huwelijk achter dat ze er op een gruwelijke manier zijn 'ingestonken' en voelen, naast de teleurstelling en de psychische klap, vooral schaamte.

We kregen door onze aandacht voor deze gang van zaken via de zoekmachines recentelijk zelfs bezoek van een asielzoekster met een verblijfstatus - en een duidelijk minder ontwikkeld schaamtegevoel -, die bij ons kwam informeren over hoe deze procedure precies in z'n werk gaat met het kennelijke oogmerk een kennis uit een ver buitenland aan een verblijfsstatus in Nederland te helpen.

Verwacht mag worden dat de huidige stand van zaken in het familierecht door de nadruk op de noodzaak van family-life - en de dwaze juridische definitie ervan -, steeds vaker gebruikt zal worden om via door liefde verblinde moeders, extreem berekenende moeders, of vrouwen binnen extreem berekenende families, ouderschap te gebruiken om mannen uit andere landen aan een verblijfstatus te helpen.

We kunnen tegen deze problematiek aankijken als een exces van de strengere immigratiewetgeving, als een bewijs van de verdorvenheid van de horden die ons land willen tsunamiseren of als een nieuw bewijs dat het primaat van family-life en het consequent hanteren van een inconsequent concept binnen het Nederlandse familierecht aanleiding vormen voor gewoon weer een andere nijpende situatie waarvan kinderen de dupe zijn.

Wij houden het op het laatste.

Schrijnend voorbeeld uit 2007 staat hier.

<< terug naar overzicht