plaatje

  :: nieuws


Dreiging kinderontvoering veronachtzaamd in familierechtspraak

24-10-2007 :: De dreiging met ontvoering van kinderen mag nooit leiden tot onbegeleide omgang, maar veel hulpverleners en familierechters hebben te weinig kennis over deze materie.
Naar aanleiding van een bezoek van de bezorgde webmoeders aan de burelen van het Centrum Internationale Kinderontvoering, mochten wij recentelijk de hiervolgende brief met de standpunten van het Centrum met betrekking tot de omgangsplicht ontvangen:

Een omgangsregeling in geval van een dreigende ontvoeringsituatie

Iedereen is het erover eens dat een kind recht heeft op omgang of contact met beide ouders. Toch kunnen zich situaties voordoen waarin omgang juist niet in het belang van het kind is.
In geval van bijvoorbeeld mishandeling is het duidelijk dat omgang niet in het belang van het kind is.

Bij een dreigende kinderontvoering ligt dit echter anders. Geen omgang toestaan kan in dergelijke situaties juist de aanleiding voor ontvoering zijn. De ouder zonder omgang kan geen andere uitweg meer zien dan ontvoering, omdat dat de enige manier is om in contact met zijn of haar kind te komen. De relatie tussen de mogelijk ontvoerende ouder en het kind hoeft niet slecht te zijn. Vaak is de relatie tussen de ouders onderling verstoord en ligt daar het probleem.

In dreigende ontvoeringsituaties is het daarom niet raadzaam het contact tussen kind en ouder volledig af te snijden. Om ontvoering te voorkomen is het wel raadzaam dit contact begeleid te laten plaatsvinden. Niet voor een periode van zes maanden, maar voor de periode waarin de dreiging geldt, afhankelijk van de leeftijd van het kind of de risico-analyse. Wanneer een ouder bang is voor ontvoering van zijn of haar kind naar het buitenland door de andere ouder, kan een onbegeleide omgangsregeling voor extra moeilijkheden zorgen.

Tijdens een normale omgangsregeling is het voor een ouder veel eenvoudiger om een kind ongeoorloofd mee te nemen over de grens. Dat is dikwijls de reden waarom ouders, die bang zijn dat het kind door de andere ouder wordt meegenomen, niet willen meewerken aan een omgangsregeling. Met alle gevolgen van dien, zoals het opleggen door rechters van dwangsommen en zelfs gijzeling.

Een ouder verplichten een kind omgang te laten hebben met de andere ouder, die gedreigd heeft het kind mee te nemen naar een ander land, vergroot de angst en het wantrouwen jegens de ex partner.
De jeugdhulpverlening en ook de medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming zijn nog onvoldoende bekend met de risico’s en de gevolgen van internationale kinderontvoering en herkennen dreigende situaties vaak niet.

De rechter die terecht oordeelt dat het kind met beide ouders contact moet houden heeft dikwijls zelf evenmin inzicht in de gevaren van ontvoering omdat hij/zij nooit eerder een dergelijke zaak heeft behandeld.
Bij het vaststellen door de rechter van het recht op en de verplichting tot omgang van een ouder met zijn of haar kind, zou de rechter daarom mede naast de andere criteria die genoemd zijn in het wetsontwerp serieus moeten kijken naar de risico’s die ten grondslag liggen aan een internationale kinderontvoering.
En mocht de rechter tot de conclusie komen dat deze dreiging er daadwerkelijk is, dan dient de omgang niet onbegeleid plaats te vinden.

Oktober 2007
Centrum Internationale Kinderontvoering

<< terug naar overzicht