plaatje

  :: nieuws


Te wapen!

13-06-2008 :: Zoals in het vorige nieuwsbericht gemeld is het memorie van antwoord - het antwoord van de verantwoordelijke ministers op de vragen van de Eerste Kamer - binnen.
Het idealisme van onze volksvertegenwoordigers is hartverscheurend. Lees snel de zorgwekkende details van het antwoord van onze familieministers Hirsch Ballin en Rouvoet.

De vraag over wat precies met het 'gelijkwaardig ouderschap' wordt bedoeld blijkt door het CDA te zijn gesteld. Het gaat hierbij volgens de verantwoordelijke ministers uitdrukkelijk niet om co-ouderschap.

" De norm gelijkwaardig ouderschap beoogt, kort gezegd, dat een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, zijn recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders behoudt na ontbinding of beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de samenleving. Er is niet beoogd de norm in conflictsituaties uit te leggen als een verplicht co-ouderschap, als een 50–50% verdeling, een uitgangspunt waarop alleen ‘praktische belemmeringen’ een uitzondering zouden kunnen vormen."

Dat is ongeveer het enige lichtpuntje. Verderop vinden we de passage

"Een effectief middel om een zorg- of omgangsregeling af te dwingen lijkt het (voorlopige) toewijzen van het eenhoofdig gezag aan de ouder bij wie het kind niet zijn hoofdverblijfplaats heeft. Zowel Hof Amsterdam (27 januari 2005, LJN: AS6020) als Hof 's-Gravenhage (31 augustus 2005, LJN: AU2003) hebben in twee concrete situaties vastgesteld dat in het geheel van dwangmiddelen die in het kader van de tenuitvoerlegging van een zorg- of omgangsregeling kunnen worden aangewend, een (voorlopige) gezagswijziging (waarbij in de hoofdverblijfplaats van het kind geen wijziging wordt gebracht) een uiterste middel is om omgang te bewerkstelligen. Beide gerechtshoven hebben het in belang van de kinderen geacht dat één ouder (in deze gevallen de vader) werd belast met het ouderlijk gezag. Vermoedelijk zullen in de nabije toekomst in de jurisprudentie de grenzen van deze wijze van effectueren van een zorg- of omgangsregeling verder worden ontwikkeld."

Als je dwarsligt kan je kind dus ook in Nederland aan de vader worden toegewezen.

Deze regeling heeft in de VS geleid tot een aanklacht tegen de staat wegens schending van de mensenrechten en legitimeert in onze ogen zonder meer burgerlijke ongehoorzaamheid in die gevallen waarbij huiselijk geweld en/of incest een factor is.

OTS

Da's nog niet alles: OTS wordt voorts een gangbare praktijk om omgang af te dwingen. Lees verder en huiver:

"Ook bestaat de mogelijkheid om een kind onder toezicht te laten stellen. Wanneer een ouder het contact tussen het kind en de andere ouder frustreert, kan dit onder omstandigheden worden beschouwd als een situatie waarin de zedelijke en geestelijke belangen van het kind ernstig worden bedreigd, zodat ter afwending daarvan een ondertoezichtstelling van het kind kan worden verzocht (art. 254). De rechter zal dit wel uitdrukkelijk moeten motiveren. (HR 13 april 2001, NJ 2002, 4 en 5). In het wetsvoorstel herziening kinderbeschermingsmaatregelen dat binnenkort ter advisering aan de Raad van State zal worden voorgelegd, zal de grond van de ondertoezichtstelling worden verruimd. Hoewel de motiveringsplicht blijft bestaan, biedt de nieuwe grond de mogelijkheid om ook kinderen met relatief lichte problemen onder toezicht te stellen."

Op dit moment is het al zo dat dreigen met OTS door instanties een middel is om allerlei nachtmerrie scenario's doorgang te laten vinden; we lezen hierin dat dat wat deze ministers betreft een standaard procedure mag worden; het overbelaste Buro Jeugdzorg mag nog meer fouten gaan maken.

EVRM

De VVD wilde weten hoe het te motiveren is dat een ouder geen omgang met zijn kind mag hebben op grond van gegronde redenen en deze ouder tóch mee mag beslissen over de opvoeding van het kind.

De regering meldt dat zij wat dat betreft vastzit aan het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens:

"In artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) is de eerbiediging van het familie- en gezinsleven opgenomen. Dit recht impliceert zowel een recht op ouderlijk gezag als een recht op omgang. Uit het artikel volgt tevens dat de staat zich niet in de ouder-kind relatie en de opvoeding mag mengen, tenzij aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Ook mag niet langer en dieper worden ingegrepen in het familie- en gezinsleven dan noodzakelijk.

In bepaalde gevallen is het noodzakelijk dat de rechter een ouder het contact met zijn kind voor bepaalde tijd ontzegt. Het wijzigen van het ouderlijk gezag in de zin dat één ouder met het gezag wordt belast, kan in die situaties op grond van het EVRM een te ingrijpende beslissing zijn terwijl ontzegging van contact voldoende is om de zwaarwegende belangen van het kind te waarborgen. Gedurende deze periode zal in voorkomende gevallen, hoe lastig dit ook zal zijn, instemming van de andere ouder gevraagd moeten worden."

Idealisten zijn het.

omslag

En over idealisten gesproken: de leden van de D66-fractie wilden weten waarom het gelijkwaardig ouderschap niet in de wet is opgenomen [het amendement van De Wit blijkt wel aangenomen, maar is alleen in de wet als beginsel en niet woordelijk terug te vinden].

"Zowel tijdens als na het huwelijk moet gelijkwaardig ouderschap worden nagestreefd. Over de intentie en over wat als wenselijk voor ogen staat, bestaat dus geen verschil van mening. Wij vroegen ons echter af welke toegevoegde waarde van het opnemen van deze norm in het Burgerlijk Wetboek zou hebben. De heer De Wit beoogt met name een omslag te bewerkstelligen ten opzichte van de huidige praktijk in de rechtspraak. In een aantal gevallen zou namelijk de moeder op basis van een soort automatisme de kinderen krijgen en vervolgens moet de vader maar zien of hij een omgangsrecht krijgt. Het amendement geeft aan dat beide ouders op dat punt precies dezelfde rechten hebben. Formeel juridisch gesproken, maakt de wet geen onderscheid tussen ouders. Vanuit dit oogpunt zou opname in de wet geen meerwaarde hebben. Dat neemt niet weg dat, zoals steeds is benadrukt, er geen verschil van mening is over de intenties van het amendement."

Dat laatste lijkt zwak uitgedrukt. Met wat er hier ligt kan elke gezinsterrorist onbeperkt zijn machtwellust blijven botvieren na de scheiding.
De genoemde "omslag" van De Wit is de mening van een paar gefrustreerde pappa's van voor de wetswijzigingen van '98. Deze advocaat in ruste lijkt geen flauw idee te hebben door wie hij voor z'n karretje is gespannen en wat het leed is dat er sinds die dagen is aangericht - en erger nog: het schijnt hem allemaal helemaal niets te interesseren.

blijf-van-me-lijf

Het op te stellen ouderschapsplan heeft ook zo z'n eigenaardigheden die voortspruiten uit het ongebreidelde idealisme van de ministers:

"Hoewel het goed voorstelbaar is dat het tezamen komen tot een ouderschapsplan heel moeilijk is ingeval één van de ouders gedwongen in een “blijf-van-mijn-lijfhuis” verblijft, is het enkele feit dat dit zo is, in algemene zin, niet voldoende om aan te tonen dat het niet lukt gezamenlijk een ouderschapsplan op te stellen."

Of deze:

Wij denken niet dat, zoals deze leden stellen, de bepaling de onmacht miskent van een ouder om dit voorschrift na te komen in situaties waarin de andere ouder het kind in de steek heeft gelaten. Ongetwijfeld zal het in zodanige situaties niet eenvoudig zijn om aan het voorschrift te voldoen, maar dit mag op zich nog niet betekenen dat er dan, door niet-optreden en een passieve houding van de ouder bij wie het kind verblijft, in het geheel geen contact met de andere ouder zal zijn.

daar gaan wij niet over

Dat de nieuwe wet misschien toch niet alle problemen oplost, blijkt uit de volgende vragen:

"De leden van de fractie van het CDA vroegen of er meer omgangshuizen komen. Ook de leden van de fractie van de SP vroegen naar dit instrument.
Wij staan meer mogelijkheden voor omgangsbegeleiding voor. De gemeenten zijn hiervoor echter aan zet. Het is niet een rijksverantwoordelijkheid."

Jeugdzorg valt dan weer onder de provincies.

"Zoals de tweede ondergetekende in zijn brief van 4 februari jl aan de Tweede Kamer heeft aangegeven, is er op het gebied van wachtlijsten in de provinciale jeugdzorg sprake van grote verschillen tussen provincies en grootstedelijke regio's. Sommige provincies kunnen aan de stijgende vraag voldoen, bij andere blijven de wachtlijsten bestaan of nemen zelfs toe. Dit is een zorgelijke situatie en is reden de minder presterende provincies te confronteren met de cijfers en hun te vragen naar de oorzaken. Daarnaast wordt beoogd de provincies beter gebruik te laten maken van elkaars expertise op het terrein van de jeugdzorg."

Lezen we hier schaalvergroting?

extra werk

Elke echtscheidingsprocedure moet binnen 6 weken bij de rechter liggen. De vraag was of dat geen extra werk betekende.

"Wellicht zullen de moeilijke, escalerende scheidingsgeschillen, die nu reeds een zwaar en vaak een meervoudig beroep op de rechter doen, door de verplichting tot het opstellen van een ouderschapsplan extra conflictstof opleveren, waardoor de rechtspraak extra zal worden belast. Op voorhand is dit in ieder geval niet uit te sluiten."

Deze wet was nu juist bedoeld om met het ouderschapsplan de druk op de rechterlijke macht te verminderen en nu wordt al "niet uitgesloten" dat die druk groter wordt. In dat licht bezien lijkt de wet ook al niet aan dat streven te voldoen.

de (sociaal-psychologische) band

"Tot slot het volgende. Uit onderzoek is bekend dat voor kinderen chronische conflicten tussen de ouders funest zijn voor het welbevinden van kinderen (Dr. E. Spruijt, Scheidingskinderen, Amsterdam 2007). Om die reden heeft de tweede ondergetekende in het programma “Alle kansen voor alle kinderen” (28 juni 2007, Kamerstukken II 2006-2007, 31001, nr. 5) opgemerkt dat om problemen bij kinderen in scheidingssituaties te beperken, een aantal maatregelen kan worden genomen, zoals het versterken van de conflicthantering en opvoedkwaliteiten van ouders tijdens het samenleven van de ouders en na scheiding, en het versterken van de (sociaal-psychologische) band tussen kind en de uitwonende ouder. In de nota gezinsbeleid die in het najaar aan de Tweede Kamer zal worden gezonden, zal dit worden uitgewerkt."

We kunnen ons er nu al van alles bij voorstellen.

problemen

Wat hier ligt is een wetsontwerp dat geen problemen oplost, maar ze alleen groter maakt - zeker voor ons.

Uit de vragen en antwoorden onzer volksvertegenwoordigers kunnen we niets anders afleiden dan dat ons lot hen niet aangaat; zelfs als we zijn ondergedoken moeten we volgens deze ministers contact houden met mensen die ons stelselmatig hebben mishandeld om gezamenlijk tot een omgangsregeling in het belang van onze kinderen te komen. In het verhaal van deze christenen prevaleren de rechten van een uitwonende ouder in de vorm van artikel 8 van een Europees Verdrag boven dat van de rechten van de concrete slachtoffers van huiselijk geweld en incest.

Dat steeds het belang van het kind voorop zou staan is een doodordinaire leugen; het recht van het kind wordt in dat verdrag geïnterpreteerd als het recht van de uitwonende ouder om omgang met zijn nageslacht te houden.

Het is de taak van iedereen die een hart in z'n lijf heeft om deze manier van denken een halt toe te roepen. Er vallen nu al doden en gewonden. De idealistische en wereldvreemde stompzinnigheid die in dit schrijven door deze ministers wordt verwoord, maakt de zaken alleen maar erger. We MOETEN ze uit de droom helpen voordat er nog meer slachtoffers worden gemaakt.

Op 1 juli worden de fracties terugverwacht met hun aanmerkingen op dit antwoord waarna de vaste commissie erover gaat vergaderen en er een datum voor de plenaire behandeling wordt vastgesteld.

Het hele verhaal is hier als Word-bestand te downloaden.

<< terug naar overzicht