plaatje

  :: nieuws


Wraakzuchtige ex gehyped door VARA

25-05-2009 :: Een uitzending van Zembla gisteravond, naar aanleiding van een rapport van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, schetste een alarmerend beeld van een groot aantal vaders dat slachtoffer wordt van valse aangiften. Met stijgende verbazing keken wij hoe de gegevens van dit rapport, blijkbaar met medewerking van het LEBZ, volkomen uit iedere context werden gerukt.

We zijn er onderhand wel aan gewend dat de "rancuneuze ex" die uit wraak er alles aan doet om de kinderen bij de vader weg te houden, op erg veel aanhang mag rekenen in medialand, maar het is volgens de meeste onderzoeken net als met de oom die 90 werd en toch een pakje per dag rookte.
Het komt voor, maar statistisch is het een zeer kleine minderheid.

Toch is het blijkbaar voor veel media interessant juist deze uitzonderingen te benadrukken, waarna er bij het publiek een beeld dreigt achter te blijven dat sterk afwijkt van de werkelijkheid. De resulterende beeldvorming kan veel schade doen aan de meerderheid van de zaken waar zich wel drama's afspelen of hebben afgespeeld.

Op de eerste plaats spreekt men over tussen de 30-50% "valse" getuigenissen. Daarmee lijkt men te suggereren dat van de onderzochte zaken tussen de 50 en 70% wel degelijk een terechte vervolging heeft plaatsgevonden wegens seksueel misbruik. In de meerderheid van de gevallen zou de bewijslast dus overtuigend en wettelijk zijn.
Dat is opmerkelijk veel als je bedenkt dat voor incest er maar drie overtuigende bewijzen zijn: beeldmateriaal, getuigen of een bekentenis. Incest is daarmee, zeker als de feiten tijdens het huwelijk - dus enige tijd terug -, hebben plaatsgevonden erg lastig te bewijzen.

Percentages

Hoe komt men aan deze percentages? Er wordt vaag gesproken over buitenlands onderzoek, maar uit buitenlandse onderzoeken die ons bekend zijn, blijkt juist dat moeders relatief weinig "liegen" over huiselijk geweld in rechtszaken. Harde cijfers over valse aangiften in zedenzaken zijn er in Nederland niet. "Ergens tussen 10 en 40 procent is vals", zegt psychologe Jannie van der Sleen, expert op het gebied van forensisch ondervragen. Zij deed samen met de Erasmus-universiteit onderzoek naar aangiften van seksuele misdrijven en wordt geciteerd in dagblad Trouw.
Hierbij gaat het om alle aangiften van zedendelicten, waarvan slechts een gedeelte incest (na scheiding) betreft.

Walter van Kleef, voorzitter van de experts bij de Raad van Hoofdcommissarissen, schat dat van de ongeveer tienduizend zedenaangiften per jaar er minstens duizend tot vijftienhonderd verzonnen zijn. Dat betekent dat er minstens 9000-8500 aangiften wel terecht zijn. Dat is dan nog buiten al die gevallen die niet tot aangifte leiden bijvoorbeeld omdat dat door de omgeving [of dienstdoende agent] wordt afgeraden.

De expertisegroep stelt dat zij alleen speciale zaken ter beoordeling krijgt: "Vooral dubieuze en problematische zaken worden aan de Expertisegroep voorgelegd. Indien de officier van justitie geen twijfel heeft en wil vervolgen, vraagt hij immers geen advies. De aangiften van seksueel misbruik waarover de Expertisegroep zich buigt, zijn dan ook niet representatief voor aangiften in het algemeen."

Het gedeelte van het rapport van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken waaraan in de media wordt gerefereerd, behelst welgeteld 42 gescheiden twijfelgevallen die in de periode 2003-2007 aan de expertisegroep werden voorgelegd. De groep constateert een toename van het aantal onterechte beschuldigingen rond echtscheiding van 3 in 2003 naar 15 in 2007. Procentueel gezien is dat inderdaad een fikse toename, maar om de gegevens waarmee nu in de media wordt geschermd op basis van 42 uitzonderlijke zaken in vier jaar te extrapoleren getuigt ons inziens meer van helderziendheid dan van objectief wetenschappelijk onderzoek.

Vals of onterecht?

In het rapport word gesteld dat in de zaken die aan de expertisegroep zijn voorgelegd, in 95% van de gevallen waarbij het om scheidingen en beschuldigingen van seksueel misbruik gaat, wordt geadviseerd om het onderzoek naar seksueel misbruik te stoppen omdat de schuld van de vermeende dader(s) niet onomstotelijk vastgesteld kan worden. Niet onomstotelijk vastgesteld, niet per definitie vals dus. Het gaat hierbij met name om slecht politiewerk, niet zozeer om bewuste, valse aangiften.

Overigens beweert de expertisegroep dit ook niet, hoewel het in Zembla wel wordt gesuggereerd. Ook binnen dit deel van het onderzoek (die 42 gevallen) kan er onderscheid worden gemaakt: er is wel seksueel contact geweest tussen het vermeende slachtoffer en debeschuldigde, maar het is anders verlopen dan in de aangifte wordt verklaard; er is geen seksueel contact geweest en er is sprake van misleiding; er is geen seksueel contact geweest, maar op grond van verkeerde interpretaties is aangeefster ervan overtuigd dat het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden.
De eerste verklaring zal niet zozeer van toepassing zijn op deze onderzoeksgroep, maar de laatste wel degelijk. In dergelijke gevallen, zo stelt de expertisegroep terecht, gaat het niet om valse, maar onterechte beschuldigingen.

Motieven

Los van de kritiek op de methode waarmee de conclusies getrokken zijn, zou het ons niet verbazen als er inderdaad een stijgende trend zichtbaar is in dit soort onbewezen aantijgingen. De problematische echtscheidingen nemen, dankzij de veranderde wetgeving van 1998 (automatisch gezamenlijk gezag in plaats van eenhoofdig gezag) de laatste jaren fors toe. Er wordt een buitenproportionele druk uitgeoefend om rechten van vaders te beschermen, niet alleen binnen het familierecht, ook binnen het strafrecht.

In de recent veranderde wetgeving kan eenhoofdig gezag of een afwijzing van omgang alleen nog worden toegekend, wanneer er sprake is van"zware" mishandeling. Volgens de huidige wetten is dus "lichte" (alles behalve zeer zwaar lichamelijk letsel en incest) mishandeling van kinderen niet langer een wettelijke reden om een vader de omgang met zijn kinderen te ontzeggen.
Kinderen zouden zich gedwongen kunnen voelen om daarom verhalen te verzinnen die er toe leiden dat zij niet meer naar een eventueel "licht" mishandelende vader toe hoeven. Iedere hint in die richting kan voor de moeder een "welkome" aanleiding vormen om haar kinderen niet naar haar ex toe te sturen.

Let wel: veel moeders die uit een dergelijke situatie komen en doorgaans zelf slachtoffer zijn van geweld, lijden niet zelden aan een posttraumatische stressstoornis. Soldaten die eraan lijden zenden we niet op missies omdat daarmee de klachten alleen maar erger worden, maar we dwingen moeders met een soortgelijke aandoening middels een omgangsregeling wel om hun kinderen terug te sturen naar een situatie die in hun beleving als "oorlogsgebied" te omschrijven valt.
Wie zou - bewust of onbewust - niet alles aangrijpen om dat te voorkomen?

Dergelijk gedrag heeft minder met wraakgevoelens dan met doodsangst te maken. Deze vrouwen dreigen mede door een gerechtelijk bevel tot omgang niet zelden volledig de controle over hun eigen leven en dat van hun kinderen te verliezen.
Gezien de ontwikkelingen in het familierecht mag je inderdaad een stijging verwachten van dit soort beschuldigingen, maar heeft die toename volgens ons minder te maken met wraakzucht, dan met een door de wetgever geïnduceerde overlevingsstrategie.
Dit soort beschuldigingen - verzonnen of niet - worden doorgaans niet uit rancune in de strijd gegooid, maar zijn een belangrijke indicatie dat er wel degelijk iets fundamenteel mis was met het gedrag van de vader gedurende het huwelijk.

Het is onderhand wel eens een studie waard om te achterhalen waarom iedereen zo graag wil dat de vader bij dit soort beschuldigingen geen dader maar slachtoffer moet zijn, en de moeder die deze beschuldigen uit geen slachtoffer mag zijn maar op basis van niet door cijfers onderbouwde, irrationele overwegingen steeds maar weer als rancuneuze dader wordt bestempeld.

Drempel

Het is overigens niet vreemd dat dit soort beschuldigingen bij beëindiging van een relatie boven water komen. De dader is immers niet meer lijfelijk aanwezig om de slachtoffers te intimideren - de drempel om aangifte te doen is daarmee ook kleiner.
Het CBS spreekt in 2007 over schattingen van één op de zes à zeven meisjes en één op de tien à elf jongens die tenminste eenmaal misbruikt zijn door familie. Kinderen lopen de meeste trauma's op door incest die door (stief)vaders wordt gepleegd, omdat die vaak het verst gaan in hun seksuele handelingen. Tevens is bekend dat het in dit soort gevallen met name gaat om zogenaamde 'gelegenheidsplegers': mannen die een seksuele voorkeur hebben voor een volwassen partner, maar die onder invloed van tijdelijke, ingrijpende, stressvolle gebeurtenissen zoals huwelijksproblemen zich aan (hun) kinderen beginnen te vergrijpen. Het is dus heel plausibel dat er een toename is van incestplegers onder vaders die zich in een periode van echtscheiding bevinden.

Uiteraard is het in ieders belang - ook dat van kinderen én hun moeders - dat er een veel professioneler aanpak komt van dit soort ingewikkelde zedenzaken. Het is goed dat het LEBZ de vinger op de zere plek legt, daar waar het gaat om slecht politiewerk en falen van het OM.

Het is echter in onze optiek vooral schokkend dat een serieuze organisatie, die zich terdege bewust is van de uitzonderlijke onderzoekspopulatie die zij onder ogen krijgt, zich vervolgens laat verleiden tot uitspraken die gaan over een groep vrouwen en kinderen die zij niet onderzocht heeft en daarmee alles teniet doet dat zij propageert: namelijk een gedegen onderzoeksmethodiek voor dit soort zedendelicten.

Geachte leden van de Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken, hoeveel kinderen die aangifte doen van incest rond een scheidingsperiode denkt u dat er, mede door ongenuanceerde uitlatingen, van nu af aan serieus zullen worden genomen?
Wij nodigen u van harte uit tot een overleg met moeders en hun kinderen die zich met klem distantiëren van het doen van valse aangiften, maar die u hierdoor in een nog moeilijker situatie zijn geraakt.

Links:
Uitzending Zembla
Rapport LEBZ [pdf]
Zie ook wat we al eerder over dit thema schreven
Valse aangifte eerder ontdekt; in Trouw

<< terug naar overzicht