plaatje

  :: nieuws


Eén derde van moorden en doodslagen valt onder huiselijk geweld

12-02-2010 :: Er vallen sinds het eind van de vorige eeuw jaarlijks ongeveer 200 doden door geweld in Nederland. Een derde daarvan valt onder de definitie van huiselijk geweld zoals die wordt gehanteerd door de onderzoekers Nieuwenhuis en Ferwerda, auteurs van het rapport "Tot de dood ons scheidt - een onderzoek naar de omvang en kenmerken van moord en doodslag in huiselijke kring".
De samenvatting stond al in de kranten, maar we weten hoe die gemaakt worden, dus we lezen alles liever zelf en, indien nodig, gaan we tegenwoordig ook gewoon op de koffie bij de makers als we denken dat dat nodig is.
We kregen het rapport helemaal gratis en voorspoedig opgestuurd door de opdrachtgever, het Landelijk Programma Huiselijk Geweld en de Politietaak, waarvoor hierbij onze dank. Een ieder die wil weten wat er werkelijk in staat, klikt even door.

Bij een onderzoek dient men zich op de eerste plaats af te vragen of het nuttig is. In dit geval moeten we zeggen 'ja', en dat was het al een tijdje. Dodelijke geweldsdelicten worden voor de statistieken ondergebracht in drie categorieën: familie- en relatiesfeer, het criminele milieu en andere levensdelicten. Je zou zeggen dat al het huiselijk geweld in de eerste categorie hoort, maar de onderzoekers viinden dat ook misdrijven die ex-partners en huisvrienden betreffen, binnen deze categorie horen.

Driewerf hoera voor deze constatering. Mocht u het, als bezorgde moeder, tot slachtoffer schoppen, dan staat u vanaf nu juist vermeld in de statistieken. Uw ex wordt hierin tot de "huiselijke kring" gerekend; grote kans dat u door uw ervaringen in het familierecht al de indruk had dat hij nooit was weggeweest.

De onderzoekers kijken naar alle moord- en doodslag in 2006 en stellen daarbij vast, dat een derde [33,6%] van alle dodelijke misdrijven plaatsvindt binnen hun definitie van huiselijk geweld. Bij de 63.131 (en jaarlijks toenemende) bij de politie gemelde huiselijk geweld incidenten, die voor tweederde door autochtone Nederlanders werden gepleegd, waren in 56% van de gevallen ook minderjarigen betrokken. In 23% van de gevallen waren ze daadwerkelijk getuige van het geregistreerde geweldsincident.

Zet u dat even af tegen het cijfer van de kinderen die volgens diverse andere lobbyisten 'het slachtoffer van een scheiding worden' en aldoende 'ontvaderd'. De onderzoekers stellen resoluut en terecht "Kinderen die opgroeien in een gezin waar sprake is van huiselijk geweld zijn eigenlijk per definitie getuigen". Ter herinnering: "het getuige zijn van huiselijk geweld" wordt in alle internationale verdragen op dit vlak gewoon aangemerkt als huiselijk geweld.

Als al die ruim 30000 kinderen van 2006 tegelijk zouden huilen, zou er iemand anders dan een diep bezorgde moeder luisteren?

Ja inderdaad: dat is weer zo'n stemmingmakende retorische vraag die je van een hysterische moeder mag verwachten. Maar het is wel godvergeten belangrijk dat die gesteld wordt, want die kinderen kunnen niks en de politie doet niks nog altijd te weinig. De verantwoordelijkheid ligt bij ons en misschien mogen wij ook wel eens vragen wie van de "ketenpartners" uit dit rapport nu eindelijk zijn of haar nek eens gaat uitsteken om te voorkomen dat onze mishandelde kinderen na scheiding door Jeugdzorg, de Raad voor de Vaderbescherming en de familierechter naar de dader worden gestuurd?

Toegegeven: dit rapport ligt er intussen toch maar mooi. En ambtenaren - ook politie-ambtenaren - kunnen niks alvorens er gerapporteerd is. Wat is deze ketenpartner wijzer geworden? De onderzoekers vonden 46 zaken met in totaal 49 doden die in huiselijke kring zijn gevallen. In 51% van de gevallen is het slachtoffer partner of ex-partner. 35% had nog een relatie met de dader; bij 16% was de relatie beëindigd.

Van de in totaal 49 verdachten van moord of doodslag in huiselijke kring blijkt 80% van het mannelijk geslacht. De vrouwelijke verdachten vinden we vooral terug bij de gevallen waarbij een kind om het leven is gebracht. Vijf van de verdachten hebben zelfmoord gepleegd; dat is bij 10% van de zaken.

Bij een kwart van alle gevallen gaat het om kinderen die worden omgebracht; in totaal zijn er in 2006 twaalf kinderen door hun ouders vermoord. Overigens is de dader daarbij vaker wel [acht keer ], dan niet [vier keer] de moeder. In dat kader moeten we wel zeggen dat het onderzoeksduo tien zaken nader heeft uitgelicht en in het geval dat beschreven staat van de moeder die haar kindje ombracht, kan ons inziens gesteld worden dat de "ketenpartners" noch haar (ex-)partners vrijuit gaan als we willen weten hoe het zo ver heeft kunnen komen.
Het is een gruwelverhaal waarvan we je de details willen besparen, zoals we je eigenlijk liever alle ervaringen op deze website zouden willen besparen.

69% van de slachtoffers van moord en doodslag in huiselijke kring is van het vrouwelijk geslacht. Vrouwen worden vaker vermoord door hun partner of ex-partner dan mannen. Van de vrouwelijke slachtoffers hadden er vijftien nog een relatie met hun partner, in 7 gevallen was de dader de ex-partner.
Twee mannelijke partners en één mannelijke ex-partner waren slachtoffer. Het is ons niet helemaal duidelijk of de mannen die na hun daad de hand aan zichzelf hebben geslagen alleen als dader of ook als slachtoffer worden gezien. Ook is niet duidelijk, maar waarschijnlijk wel bekend, of de ex-partners ouderlijk gezag of een omgangsregeling hadden; iets wat wij dan weer interessant vinden.

In 2006 zijn dus 22 vrouwen door hun partner of ex-partner om het leven gebracht. Net als wij willen ze bij de politie graag weten hoe je dit soort drama's voorkomt. Daarom is ook gekeken naar wie het waren. De onderzoekers namen daartoe een dwarsdoorsnede van tien onderling verschillende gevallen. Daaruit blijkt dat zeven van de tien daders een verleden met huiselijk geweld had en dat vijf van de tien daders het slachtoffer al eerder had mishandeld.
Zes daders waren bovendien zelf ook slachtoffer geweest van huiselijk geweld, waarvan vier door het uiteindelijke slachtoffer. Zeven van de tien daders bleek in psychisch opzicht niet in orde; aandoeningen variëren van autisme via borderline, PTSS en depressie tot psychose. Twee daders hadden uitgesproken narcistische trekken.

De daders kwamen in vijf gevallen uit een "problematische opvoedings- of gezinssituatie". Slechts één dader kwam uit een gezin waar een scheiding had plaatsgevonden. Bij de overige vier was er in hun jeugd sprake van geweld, seksueel misbruik, alcoholmisbruik of pleeggezinnen.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de rol van de "ketenpartners". U kent ze wel. Het is - gezien de achtergronden van de daders in de steekproef - niet verwonderlijk dat veel daders en slachtoffers bekend waren bij de verschillende instanties. In één geval hebben dader en slachtoffer elkaar leren kennen bij een groepsactiviteit van een GGZ-instelling.

In twee gevallen zitten daders in een hulpverleningstraject, maar komen helemaal niet opdagen of haken voortijdig af.

Nu is het oneerlijk om te zeggen dat ze bekend waren, dus dat deze drama's allemaal voorkomen hadden kunnen worden. Bij Jeugdzorg neemt men steeds minder risico en als je dit soort zaken doorleest begrijp je waar ze bang voor zijn. Toch is deze manier van denken niet toereikend. De onderzoekers gaan verder en onderkennen drie verschillende scenario's van huiselijk geweld:

  1. de 'extreme variant' van primair reagerende daders die doorgaans hun brood verdienen in het criminele circuit
  2. de 'cyclische pleger', waarbij gewelddadige incidenten worden afgewisseld met perioden zonder geweld. Deze daders worden door hun partners doorgaans uit de wind gehouden en hebben dus geen antecedenten en zijn maatschappelijk goed aangepast en zijn in staat hun daden achteraf altijd weer goed te praten. De aanleiding is doorgaans jaloezie en achterdocht.
  3. de 'plotselinge variant', waarbij het geweld kort en hevig is. Aan de basis liggen 'externe spanningen die bij de dader worden afgewisseld met gevoelens van machteloosheid en frustraties'. De dader kan die niet uiten en plotseling komt er dan een noodlottig einde aan zijn blanco strafblad. Aanleidingen zijn hier vaak extern en hebben niks met de relatie te maken, maar worden er wel - doorgaans eenmalig - op afgereageerd. Het geweld komt als een volledige verrassing.

De eerste variant komt in de gevallen van 2006 niet voor. De tweede variant van het cyclische geweld komt in vijf van de tien zaken voor, en is het eindresultaat dus geen incident in die zin dat er al eerder geweld is gebruikt.

Slachtoffers en daders zijn bij die tweede variant dus (ex-)partners. De aanleidingen in die casus passen in het geschetste beeld: achterdocht, jaloezie en teleurstellingen. De meeste daders hebben geen antecedenten want de aangiftebereidheid onder deze categorie slachtoffers is laag.
Voorts zijn er drie zaken die onder de derde categorie vallen en twee buiten categorie.

Wat wij daaruit leren, is dat cyclisch geweld, het verborgen geweld, tot doodslag kan leiden. De neiging om hulp te zoeken kan worden onderdrukt doordat er ook perioden zonder geweld zijn. Toch lijkt het erop dat juist deze categorie slecht wordt bereikt, maar waarschijnlijk wel de grootste is en daardoor ook het grootse aantal gevallen van moord- en doodslag oplevert.

Samenvattend: huiselijk geweld is de belangrijkste oorzaak van alle moord en doodslag in Nederland. Vrouwen zijn het vaakst het slachtoffer en doorgaans van hun partner of ex-partner. Ze zitten in de meeste gevallen met een zeer achterdochtige vent die zich bij gelegenheid weet te gedragen maar die er bij tijd en wijle op los slaat. Doorgaans zijn de "ketenpartners" op de hoogte van de problematiek.

We hebben op deze site een pagina vol met ervaringen van moeders die aan al deze voorwaarden voldoen en volgens deze statistieken dus een relatief grote kans lopen vermoord te worden.

De vraag is nu, wat de "ketenpartners" willen en kunnen doen met rapporten zoals deze om te voorkomen dat de ons en onze kinderen bekende "keten-ex-partners" of "ex-ketenpartners", wiens karakteristieken we zojuist in de daderprofielen hebben teruggelezen, de hand aan ons of onze kinderen slaan.

Uit dit rapport blijkt dat onze angst voor hen en de instanties waar we mee te maken hebben, reëel is. Het is te hopen dat er verdomme eindelijk eens naar dit soort geluiden geluisterd gaat worden, want dat wij of onze kinderen dankzij dit rapport eindelijk onder de juiste statistieken terechtkomen, is wel een erg schrale troost mocht ons het ergste overkomen.

<< terug naar overzicht